
Don Duyns
Don Duyns (1967) heeft inmiddels veel voor theater geschreven. Stukken voor de grote en de kleine zaal. Hij schreef onder andere voor Het Filiaal en het RoTheater. De door hem geschreven familievoorstellingen oogsten veel succes. Naast het schrijven doceert hij op de schrijfopleiding van de HKU te Utrecht en aan de Filmacademie te Amsterdam. Zelf studeerde hij theaterwetenschappen aan de UVA en deed aan ‘ t Binger instituut de cursus scenario.
In 2019 won hij samen met Pieter Kramer de Prosceniumprijs voor hun ‘wezenlijke bijdrage aan het theater’.
Behalve voor theater schrijft hij ook voor televisie en film.
U schrijft stukken naar aanleiding van bestaande verhalen maar ook hele nieuwe stukken.
Hoe begint u aan een stuk n.a.v. een bestaand verhaal?
Don: Die stukken zijn meestal gebaseerd op een boek. Dan begin ik met dat boek vaak en grondig te lezen, bijvoorbeeld in het geval van ‘Het oneindige verhaal’ of ‘Back to Oz’. Vervolgens overleg ik met de regisseur en eventueel dramaturg over de grondgedachte en begin ik in het boek te strepen, het te ‘ontheiligen’. Daarna maak ik bedrijven en scène’s. En na de eerste lezing vindt er meestal nog een inkorting plaats.
Hoe begint u aan een stuk wat nog helemaal bedacht moet worden?
Don: Dat gaat bij mij veel intuïtiever dan bij een bewerking. Ik laat me meer leiden door mijn eigen levensgevoel en associaties. Mijn stuk ‘Paars’ gaat bijvoorbeeld over afscheid nemen, ik verliet op dat moment theatercollectief Growing up in Public. Bij die eigen stukken word ik ook sterk door beeldende kunst en al dan niet klassieke muziek beïnvloed.
Maakt u een eerste opzet van begin tot eind?
Don: Liever niet. Dat haalt het schrijfplezier nog weg. Ik begin graag met wat ‘schetsen’, bijvoorbeeld van dialogen; hoe praten de personages. Maar in een wat latere fases werk ik wel met schema’s, deel ik het stuk in bedrijven in en zoek ik naar lijnen in de ontwikkeling van de personages. Maar het mag nooit een soort boekhoudkunde worden, met alle respect voor boekhouders overigens. Voor de grote familievoorstellingen voor het Rotheater met Pieter Kramer (o.a. Snorro, Hamlet, Woefside story) werkte ik met regisseur en dramaturg altijd veel aan de struktuur. Ook omdat die stukken voor een grote zaal en een groot publiek zijn, dat stelt eisen aan de spanningsboog.
Waar houdt u rekening mee?
Don: Met het publiek. Met het gezelschap waar ik voor schrijf. Met de acteurs die het gaan spelen (wat zijn hun sterke en minder sterke punten). Met het genre: komedie, politiek stuk, muziektheater, libretto. En vooral: met de inhoud die ik wil overbrengen.
Plakt u meteen een thema of meerdere thema’s aan het stuk?
Don: Meestal niet meteen, maar wel snel. Dat is belangrijk omdat je dan in het gezamenlijke gesprek met de andere makers van de voorstelling naar hetzelfde kunt zoeken. Zo’n thema helpt bij het vinden van de kern en daarmee de verdieping. Een thema moet voor mij overigens wel actief zijn, dus niet ‘liefde’, maar: ‘is het mogelijk voor twee jonge honden om elkaar lief te hebben, terwijl ze uit volkomen verschillende achtergronden stammen?’
Hoe maakt u een opbouw van de verschillende personages?
Don: Personages staan altijd in een spanningsveld ten opzichte van elkaar. Dat heeft met status te maken, letterlijk (bv een rechter en een aangeklaagde) maar kan ook emotioneel zijn (een vrouw is haar man de baas, hij is een slapjanus met praatjes). Het lukt me meestal niet meteen om ze allemaal goed uit te werken, het meeste werk zit dan in de wat kleinere rollen. Die moeten ook nuance en karakter krijgen. En een eigen ‘taal’ spreken, ook wel idiolect genoemd.
Waarom kiest u voor bepaald personages?
Don: Ik hou van mensen met een dubbele agenda. Dus bv. Snorro, die zijn identiteit niet kan prijsgeven. Maar ik schreef ook over de Prins van Lignac, een miljonair met een boot vol jonge jongens. En over Anton Heyboer, een schilder met vijf vrouwen. Ik hou van een zekere morele ambiguïteit, dat maakt het spannend.
Waar houdt u rekening mee met het schrijven van de dialogen?
Ritme. Eigen toon van personages. Niet alles letterlijk zeggen en soms juist wel. Verschillen in lengte van clausen en zinnen. Conflict. Een dialoog moet voor mij ook als een muziekstuk zijn, het moet/ mag swingen.
Wat zijn voor u inspiratiebronnen?
Hoe verzamelt u gegevens?
Als gezegd: beeldende kunst, muziek. Maar ook graphic novels, literatuur (inclusief science fiction en fantasy), tv-series (nu bv Pluribus), wat ik op straat zie en hoor, tijdschriften, herinneringen, films (laatst Perfect Days van Wim Wenders), mijn studenten writing op de HKU, het werk van collega’s, landschappen, kunst. Het leven.
Het verzamelen stopt nooit. Elke echte schrijver heeft altijd zijn radar aan staan.
Hoe gaat u te werk bij het schrijven?
Ruwe opzet, herschrijven enzv. Schrijft u in 1x door? Kortom wat is uw werkwijze.
Bij mij ontstaat het werk echt tijdens het schrijven, ik moet echt beginnen (‘butt on chair’) en dan als het ware geïnspireerd raken door mijn eigen woorden. Ik laat de personages spreken en censureer mezelf niet. Dan probeer ik redelijk snel tot een eerste versie te komen. Die bespreek ik dan met het artistieke team, herschrijven en dan hopelijk een tussentijdse lezing. Met de info daaruit weer herschrijven op ritme en inhoud.
In uw stukken zit meestal veel humor. Hoe komt u aan de ideeën daarvoor?
Ik kijk goed om heen en luister graag naar de soms vreemde dingen die mensen zeggen. Verder ben ik opgegroeid met de humor in stripboeken (bv. Asterix, Lucky Luke) en ben ik dol op Britse comedy, bv. Blackadder of Amerikaanse cringe comedy van Larry David (‘ Curb yor enthousiasm’). In het dagelijks leven hou ik ook van grappen of gisse opmerkingen.
Wat is er leuk aan schrijven?
Schrijven voor toneel maakt mij (meestal) heel gelukkig. Het blijft spannend om woorden te bedenken die live zullen worden uitgesproken in een theater. Daarnaast vind ik het fijn om vanuit een solitaire bezigheid (schrijven) deel uit te maken van een artistiek team. Dat vind ik het lastige van proza schrijven: voor wie doe je dat? Ja, de lezer, maar die ontmoet je zelden.
Zijn er andere schrijver(s) die voor u een voorbeeld zijn en waarom?
Dat zijn er een hoop. Ik heb er laatst in de Volkskrant over verteld. Daar noemde ik o.a. Wim T. Schippers, Dea Loher, Wadji Moeawad en Sam Shepard. Ze beïnvloeden me op het gebied van structuur, muzikaliteit, thematiek.
Wat vindt u zelf het best gelukte stuk? En waarom?
Van de familievoorstelling ‘De gelaarsde poes’, omdat daar de verhalen het mooist door elkaar lopen en we een geweldig sub-plot met ‘James Blond’ hebben bedacht. Van mijn andere stukken ‘Groeten uit Den Ilp’, over de schilder Anton Heyboer. Dat is anarchistisch en eigen. Een sterke monoloog vind ik ‘Vrouw alleen’, die is associatief en ritmisch sterk. Lastig kiezen, ik heb meer dan 100 stukken geschreven.
Zijn er fouten die u gemaakt hebt bij het schrijven die u nooit meer zal maken?
Ooit schreef ik een stuk over twee mensen in een iglo, gebaseerd op een krantenbericht. Die situatie zat zò vast dat ik het stuk niet afkreeg, terwijl het decor al ontworpen was. Dus dat zal ik nooit meer doen: een situatie zonder spanning scheppen.
Stel dat u een boek mag schrijven over acteren of schrijven. Wat zou daar dan in staan?
Ik hèb een boek geschreven over toneelschrijven, over Dialogen. En een novelle over het harde werken binnen een klein gezelschap ‘Buigen’. Ik zou best nòg een boek over toneelschrijven willen maken, met alles wat ik heb geleerd als schrijver en als docent (aan de HKU, writing for performance). Van belang is het contrast tussen vrijheid en structuur in het schrijven vind ik.
Uw stukken worden ook regelmatig opgevoerd in het amateurtheater.
Gaat u weleens kijken en wat vindt u dan van het resultaat?
Ik ga geregeld kijken, bv. vorig jaar ‘Hamlet, de familievoorstelling’ in Amsterdam. Dat was meesterlijk gedaan. Ook heel goed: ‘Lang en gelukkig’ in Middelburg. Ik vind het heel tof om te zien wat andere mensen met mijn stukken doen. En zo krijgen mijn teksten een tweede leven. Daar ben ik dankbaar voor.
In theaterteksten wordt nogal een geschrapt en gewijzigd. Hoe staat u er tegenover als dat met uw teksten gebeurd?
Schrappen vind ik niet zo’n probleem, aanvullingen wel. Die zijn vaak in een andere stijl of slecht geschreven. Het mag in feite ook niet, ik ben de auteur en de tekst moet door mij goedgekeurd worden als die wordt gewijzigd.
Contactgegevens
Anemoonstraat 25
2565 DD Den Haag
info@theaterpunt.nl
070 360 29 94
Contact over website of nieuwsbrief
of opmerkingen
over de nieuwsbrief
en de website
kun je hier terecht.
Nieuwsbrief
van nieuwe aanwinsten
in de bibliotheek
of wil je weten wat andere groepen spelen?
Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.













