
Hans Peter Ligthart
Hans Peter Ligthart is als vrijwilliger verbonden aan de NVA. Tot nu was hij verantwoordelijk voor het systeembeheer. Nu op 84 jarige leeftijd draagt hij het stokje over.
Vaak wipte hij even langs op de Anemoonstraat om een wissewasje op te lossen. Na zijn verhuizing van Rijswijk naar Dordrecht werd dat lastiger.
Hans Peter is een bevlogen speler en staat nog steeds op de planken. Hierbij een gesprek met hem over zijn werkzaamheden en zijn lange periode op het toneel.

1957 – Debuut in Het mysterie van de vrouw die terugkeerde van Willy Corsari

1979 – Een maan voor de misdeelden van Eugene O’Neill

1995 – Eindspel van Samuel Beckett

poster Hard tegen hart

2022 – Peachez van Ilja L. Pfeiffer
Hoe ben je bij de NVA terechtgekomen?
Ik speelde met Rita en Mia als regisseurs in Den Haag bij verschillende groepen. Rita en Mia waren beiden ook vrijwilliger bij de NVA. Mia wist wat voor werk ik deed: netwerkbeheerder van de stafafdelingen AEGON. Op een gegeven moment vroeg zij mij: “Heb je misschien zin om iets bij ons te komen doen? “
Zij heeft mij ingewerkt in het uitleensysteem. Toen ze merkte dat ik van alles van pc’s en servertjes wist, had ze veel liever dat ik me inzette voor de ICT. Ik denk dat het ergens eind jaren 90 was, dat ik daar ben ingerold.
Hoe ging het ICT beheer voordat jij bij de NVA kwam?
Er was toen een duur ICT bedrijf ingehuurd om de boel draaiende te houden. Ik deed het onbetaald. Ik ben eigenlijk meteen begonnen om het systeem in te richten naar mijn idee. Natuurlijk in samenwerking met de man van Mia, want het uitleensysteem was zijn verantwoordelijkheid.
Ik begreep dat je er elke week wel even mee bezig bent om te kijken of alles goed gaat.
Iedere dag. Zo check ik de mailbox op spam en wat er niet thuishoort en de back-up. Op zaterdag maak ik een back-up van de pc’s. Eens per kwartaal het wijzigen van het wachtwoord, dat heeft ook nog wel wat voeten In de aarde. Ook adviseer ik als er iets aangeschaft moet worden.
Je bent dus in de NVA gerold door het toneelspelen. Hoe lang speel je al?
Meer dan 65 jaar. Ik heb mijn jeugd in Bussum doorgebracht en ik zat op het Willem de Zwijger Lyceum. Daar heb ik in 1957 voor het eerst op het toneel gestaan. We hadden een leraar oude talen en die verzorgde “de grote avond “. De ene avond een voorstelling voor de onderbouw en een andere voor de bovenbouw.
Ik vond dat meteen interessant. Ik ben daar eigenlijk begonnen.
Na militaire dienst heb ik in Leiden een jaar rechten gestudeerd. Rechten was het niet, maar daar heb ik wel, onder leiding van Annemarie Prins een kostelijke 17e eeuwse klucht opgevoerd. Daar had ze hele leuke ideeën over. We hebben er ook prijzen mee gewonnen.
Nadat ik in Den Haag ben komen wonen, heb ik eerst 13 jaar bij ODIA gespeeld. Daar ben ik weggegaan en ben freelance in Den Haag en omstreken gaan spelen.
Ik heb het vijftigjarig jubileum van ODIA meegemaakt en toen hebben we voor het eerst beroepsregie gehad van een acteur van de Haagse Comedie en met dat stuk hebben we later ook In de Koninklijke Schouwburg gestaan.
Wat speelden jullie bij de 50 jarige jubileum?
Dat was; “ Zo is het of zo, lijkt het”” van Pirandello.
De Koninklijke Schouwburg vond het na jaren weer goed dat er amateurs op hun toneel stonden, Wij waren de eerste toneelgroep die daar weer op de planken stond. Het was een hele leuke ervaring met Guido Jonkers als regisseur. Hij was toen acteur bij de Haagse Comedie.
Wat vind je het fijnst in een regisseur?
Dat het een regisseur is met visie en die visie duidelijk kan overdragen en openstaat voor wat er vanuit zijn acteurs komt. Ik heb met veel regisseurs gewerkt en je accepteert wat je aangeboden krijgt. Voor mijzelf het liefst een regisseur die kijkt wat de potentie is van zijn acteurs, zijn actrices en die je de vrije hand geeft, tenzij het stuk dat niet verlangt of een bepaalde scène dat niet verlangt.
Ik ben blij dat ik besloten heb om niet in een in een club te zitten, want dat is niet mijn ding.
Je speelt wel redelijk vast bij Imperium.
Bij toneelgroep Imperium is dat anders. Je moet voor iedere voorstelling waar je in zou willen spelen, auditie doen. Ik vind het erg moeilijk om te improviseren. Maar, dat moet je dan maar doen. In een kleine groep heb je vaak het gekonkel en de achterklap. Dat vind ik vreselijk. Omdat de groep bij Imperium zo groot is, heb je daar minder last van.
Je hebt het acteren jezelf aangeleerd?
Ik heb heel veel geleerd van regisseurs. De eerste keer dat er een beroepsacteur ging begeleiden, was een wereld die voor me openging. Ik had eigenlijk alleen maar, behalve dan met Annemarie Prins, met amateurregisseurs gewerkt, leden van de vereniging, en dat waren niet altijd de beste.
Wat ging er anders?
Ze werkten vanuit hun eigen ervaring. Dingen die zij hadden geleerd en die ze zich eigen hadden gemaakt. Niet alle, maar verschillende beroepsregisseurs maken je enthousiast door hun visie op het stuk. Door de figuren, de karakters, toe te lichten en te helpen als de acteur daar problemen mee heeft.
Hoe kom je zelf tot beter spelen?
Je hebt het of je hebt het niet eigenlijk. Ik leer altijd weer bij, bij iedere voorstelling. Ik sta open voor wat ik wat ik vanuit de regie kant aangedragen krijg en wat ik van andere spelers krijg aangedragen.
Waar ik erg gevoelig voor ben is dat ik de tekst zoals de schrijver die op heeft getekend wil gebruiken.
Ik besteed veel aandacht aan het woordelijk proberen te reproduceren van de tekst. Ik denk dat een schrijver het karakter, via de tekst, in die figuren heeft gestopt. Wat kan ik uit de tekst halen?
Je hebt natuurlijk “karakterlozen” waarvan je zegt: “Daar kan ik geen chocola van maken”. Het is gewoon vertier, maar dan nog probeer ik om me zo goed mogelijk aan de tekst te houden.
Je gaat er zelf mee aan de haal om te kijken van wat kan ik voor een figuur zijn, via tekst en zijn gedachtes die daarachter zitten.
En verder hoop ik dat ik gestuurd wordt door de regisseur. Als ik daar een andere mening over heb, ga ik graag daarover in discussie.
Sommige regisseurs denken: “Daar heb ik een makkelijke aan, die laat ik wel gaan”. Daar ben ik niet zo mee gediend.
Als je terugkijkt op je amateur-toneel-carrière, wat heb je dan als leukste of mooiste of bijzonderste ervaren?
“Een maan voor de misdeelden” van Eugene O’Neill heb ik heel fijn en heel goed gevonden. En met Rita een heerlijke Franse komedie gespeeld van Josiane Balasko ” Un grand cri d’amour”. Die had zij vanuit het Frans vertaald. Die hebben we als “Hard tegen Hart” iets van 20 keer gespeeld. Dat was heerlijk om te doen.
Er zijn veel stukken waarvan ik zeg: ja dat heb ik met veel plezier gedaan en er zijn ook stukken waarvan ik van mezelf weet dat ik toch niet echt goed in de rol paste of niet heb gegeven wat ik had moeten geven.
Als je zelf naar toneel gaat, waar ga je dan naartoe?
Mijn belangstelling is breed. Wat mij aanspreekt is goed spel, Waar ik erg gevoelig voor ben is goede dictie. En dan bedoel ik niet zoals dat vroeger gedaan werd met een rollende r.
Bedankt voor dit gesprek en vooral voor je jarenlange inzet voor de NVA.
Piet de Bruin
Contactgegevens
Anemoonstraat 25
2565 DD Den Haag
info@theaterpunt.nl
070 360 29 94
Contact over website of nieuwsbrief
of opmerkingen
over de nieuwsbrief
en de website
kun je hier terecht.
Nieuwsbrief
van nieuwe aanwinsten
in de bibliotheek
of wil je weten wat andere groepen spelen?
Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.
In de schijnwerpers 


