
Peter Aten
Peter Aten
Peter Aten (1967) woont in Wormer en schrijft vooral toneelstukken voor toneelgroep WTG uit Wormerveer. Hij studeerde in 1992 af aan de Rietveld Academie als grafisch ontwerper. Hij is momenteel werkzaam als audio visueel vormgever bij de NOS en NTR, waar hij met een team de dagelijkse vormgeving van o.a. het Journaal, het Jeugdjournaal, Nieuwsuur en Studio Sport doet.
Daarnaast schrijft hij eenakters en avondvullende stukken die worden opgevoerd door zijn eigen club en ook hun weg hebben gevonden naar andere groepen. In 1996 won hij de eerste prijs op Het Festival van het Ongespeelde Stuk met ‘Een nogal ingrijpend ongeluk’ in de regie van Matthijs Rümke. Soms regisseert hij zijn stukken zelf maar meestal doen anderen dat. Zijn teksten worden uitgegeven door De Toneelcentrale.

Ava Carla

Beschuit met meisjes

Kniplint

De meeloper

In posities


Brui, eerste scene

Brui, tweede scene

Vurige vrouwen

Stenengooier

Marsmeiden

Raammomenten

De Branding
Je hebt inmiddels heel wat stukken op je naam staan. Een aardige collectie eenakters en ook avondvullende stukken. Hoe ben je begonnen?
Sinds 1992 schrijf ik. Dat is inmiddels al een hele tijd. Daarvoor heb ik ook wel geschreven, maar dat waren meer probeersels. In het begin schreef ik eenakters. Toen ik naar de Rietveld Academie ging zat ik heel vaak in het openbaar vervoer. Zonder smartphone om iets mee toe doen, dus dan staarde je een beetje naar buiten en dan kwamen er ideeën. Die schreef ik op en zo ben ik een beetje begonnen. Omdat ik bij een toneelclub zit, kon ik het ook laten lezen en uiteindelijk zijn we ze gaan spelen.
WTG is eigenlijk de groep waar jouw stukken voor het eerst gespeeld werden?
Ja, een deel van mijn familie speelde daar. Als kind ben ik met toneel opgegroeid. Ik vond die wereld altijd heel interessant. En vooral achter de schermen. Kijken hoe dat allemaal ging. Ik heb heel veel stukken gezien waar mijn moeder en mijn tante in speelden. Soms begreep ik er niks van. Het was gewoon de hele sfeer die me aansprak. De lucht die naar je toe kwam als het gordijn openging.
Op de lagere school schreef ik ook wel eens. Ik zat op een heel creatieve school in Krommenie. Daar werd je gestimuleerd om zelf verhalen te schrijven en elke vrijdag was er een opvoering. Daar is het zaadje wel geplant. Veel kinderen vonden het helemaal niet leuk om iets te maken. Die vonden dat eerder een straf. Maar ik meldde me vaak aan en dan ging ik iets maken met een paar andere kinderen.
Ben je gaan schrijven uit jezelf of omdat WTG stukken nodig had?
Uit mezelf. Er was altijd wel een drang in me om verhalen te vertellen, op wat voor manier dan ook. Ik vind het fijn om bij een groep te zijn, zodat je weet waar je het voor doet. Ik ben van nature niet echt lui maar ik moet wel een stok achter de deur hebben.
Tegenwoordig gaat het zo dat het aantal mensen dat wil spelen mijn beperking is. Dan weet ik; er zijn 3 mannen en 4 vrouwen beschikbaar, dus moet ik daar iets voor verzinnen. Dat is een andere manier van werken. Dus niet eerst het verhaal verzinnen en dat daaruit dan het aantal personages ontstaat, maar vanuit de acteurs die je tot je beschikking hebt.
Hoe ga je dan verder te werk?
Eerst bedenk ik de relaties tussen de personages: zijn het broers of zussen of familie of….
Jij begint dus niet met een verhaal?
Soms een flard van iets. Bijvoorbeeld bij het laatste stuk wat ik geschreven heb, ‘Ava Carla’. Twee stukken waren het eigenlijk, over artificial intelligence. Dat was het thema en ik had een vaag idee van een smart speaker die zich gaat bemoeien met een tuinfeestje.
Tijdens het schrijven probeer ik vaak de actualiteit erbij te betrekken. Iets wat ik lees in de krant of wat dan ook. Ik heb een flard van een idee en ik heb de personages, daar ga ik iets mee doen. En soms is het gewoon gaan zitten en beginnen.
Voor het laatste stuk, ‘De laatste aantekeningen van Carla’ heb ik eerst een scène van 20 bladzijden geschreven, dat was meer een introductie van de personages en wat ze van elkaar vonden. Die heb ik uiteindelijk weggegooid, maar daarmee had ik wel een idee van de sfeer en de onderlinge verhoudingen. Ik ben opnieuw begonnen en toen schreef ik het stuk eigenlijk achter elkaar door. De ideeën of dat ene idee ontwikkelt zich dan al schrijvende. Ik weet zelf niet, meestal niet, hoe het eindigt. Vaak komt dat ook al schrijvende.
Ik ben nogal visueel ingesteld en dan heb ik een beeld van een bepaalde scène. Dat kan van alles zijn. Als het een pakkend beeld is ga ik daarmee als eerste beginnen. Of misschien besluit ik om die pas aan het einde te gebruiken. Bij het schrijven van ‘De laatste aantekeningen van Carla had ik als beeld een robot die voorover hangt en dat daar iemand als een soort automonteur onder kruipt om een schakelaar te zoeken. Hoe komen ze in het stuk tot die scène? Ik had hem eerst aan het begin gezet. Ik dacht, dat is leuk om mee te starten, maar later bedacht ik dat je dan al weggeeft dat het een robot is, dus moest het pas veel later komen.
Die robot ziet er uit als een mens. Het is een leidinggevende die een frisse wind door het bedrijf wil laten waaien. Het publiek weet niet dat het een robot is. Daar komen ze gedurende de voorstelling achter. Zo ben ik aan het schuiven met dat ene beeld. Daaromheen schrijf ik het eigenlijk vanzelf.
Wat beschrijf je van je personages?
Hoe ze er uitzien, hoe ze zijn. Heel ingetogen of heel extravert, dat soort dingen. Karikaturen eigenlijk. Die karikaturen moeten dan uiteindelijk wel subtieler worden.
Mijn laatste stuk speelt zich af op een kantoor. Ik zit zelf op een kantoor, dus daar haal ik dan ook mijn inspiratie vandaan. Ik werk in de mediawereld en daar was veel gedoe over grensoverschrijdend gedrag. We kregen allemaal een cursus over hoe je met elkaar moet omgaan. Er hangen nu ook overal borden bij de NOS met gedragsregels. Dat vind ik eigenlijk een beetje kinderachtig, dus dat heb ik ook in dit stuk verwerkt. Overal pluk ik wat vandaan.
Verzamel je eerst gegevens en ideeën?
Als ik eenmaal weet dat ik moet gaan schrijven, staat mijn antenne uit. Ik heb ook opschrijfboekjes waar ideeën in staan. Vaak gebruik ik die ook niet, omdat er dan toch weer iets anders tussendoor fietst als ik bezig ben. Soms gebruik ik scenes uit een oud toneelstuk waar ik niet verder mee ben gegaan. Er ligt nog heel veel wat ik niet gebruikt heb en waarvan ik denk dat ik er ooit iets mee moet. Maar als ik het dan weer pak om ermee verder te gaan, denk ik; nee. Soms wil het gewoon niet. Dat kost dan heel veel moeite op de één of andere manier. Terwijl je andere dingen in één keer opschrijft.
Mijn verhalen ontstaan dus tegenwoordig meer uit de hoeveelheid personages. En thema’s uit het nieuws komen er dan ook tussendoor. Ik heb in de coronatijd een stuk over corona geschreven. ‘Raammomenten’ heet dat. Maar het woord corona valt niet.
Ik heb ook voor het Molenmuseum hier in de Zaanstreek geschreven. Dan gebruikte ik het thema van de tentoonstelling die daar op dat moment was. Er werd elk weekend gespeeld. Ik schreef over de meisjes van Verkade of over streekgebonden gerechten.
Zijn er nog meer dingen waar je rekening mee houdt bij het schrijven?
Dat probeer ik in het begin niet, maar je moet wel rekening houden met de uitvoerbaarheid van sommige dingen. Dat je niet heel ingewikkelde technische toestanden gaat verzinnen.
We hadden vroeger een grote decorploeg bij de club, die van alles kon maken, maar die hebben we niet meer. Het moet nu allemaal vrij simpel. Dat vind ik op zich helemaal niet erg, omdat je met suggestie via licht veel kunt bereiken. Vind ik mooier dan dat je een heel aangekleed decor hebt. Soms hou ik dus rekening met dat soort beperkingen. Voor de rest probeer ik me daar niet door te laten indammen. Uiteindelijk verzinnen we wel weer een oplossing.
Heb je een doel met het schrijven?
Soms wel. Ik eet plantaardig. En dan ben ik wel zo activistisch dat ik dat er af en toe tussendoor fiets. We moeten de wereld anders gaan inrichten. We moeten niet meer zoveel vlees eten en niet meer zoveel vliegen. Ik vlieg zelf ook nog wel, dus ik ben geen heilige, maar ik probeer dat soort dingetjes er wel in te schrijven. Mensen een beetje opvoeden misschien.
Maar niet in een algeheel thema?
Ik heb één stuk, dat gaat over de bio-industrie; ‘Ook voor een koe openen schuifdeuren zich’, waarin een vrachtwagenchauffeur het niet meer kan verteren dat hij de koeien naar het slachthuis moet brengen. Daardoor komt hij in conflict met zijn baas en dat wordt uiteindelijk heel absurdistisch. Op het moment dat ik dat schreef wilde ik dat thema wel echt behandelen. Maar dat is niet standaard.
Er zitten in jouw stukken vaak een beetje absurde dingen. Hoe kom je daarbij?
Dat vraag ik me ook wel eens af. Soms zit je in een roes te schrijven, ben ik in twee weken klaar. En als we dan na een tijdje gaan repeteren denk ik vaak: hoe ben ik daar opgekomen? Dan weet ik het zelf eigenlijk niet meer. Ik weet niet waar het allemaal vandaan komt.
Zijn er toneelschrijvers die je als voorbeeld ziet?
Ja, Alex van Warmerdam vind ik goed. Vooral die hele korte zinnetjes spreken me aan en het absurde ook. Ik schrijf zelf niet zo absurd als hij, want ik schrijf vrij realistische, familie-achtige stukken en hou ook altijd wel rekening met ons publiek. Het kan niet te extreem worden.
Worden jouw stukken veel gespeeld?
Er zijn periodes dat er opeens heel veel gespeeld wordt en dan weer een tijdje niet. ‘Roet’ is heel vaak opgevoerd. Een avondvullend stuk. ‘Zwelklei’ ook en ‘Het geluid van de kruinen’. Dat gaat over een stel in een park. Ze krijgen daar dan een soort relatietherapie. ‘Marsmeiden’ wordt ook regelmatig opgevoerd. Een stuk over drie majorettes op leeftijd. Dat is ook in België gespeeld.
Ga je wel eens kijken en is het dan, zoals je je had voorgesteld?
Soms wel, maar vaak is het heel anders. En dan denk ik, ja, zo kan het ook. Dat bijvoorbeeld mannenrollen door vrouwen worden gespeeld. Dat heb ik vorig jaar in Purmerend gezien. Dat werkte heel goed. Dat was ook uit nood geboren, zoals zo vaak. De eerste 10 minuten denk je oké… maar op een gegeven moment zie je het niet meer.
Een monoloog, ‘Duifje’, is een keer door vier vrouwen gespeeld. Dat vond ik ook een heel verrassende bewerking. En soms valt het een beetje tegen.
Waardoor dan?
De interpretatie van de sfeer van het stuk. Dat het te zwaar wordt. Ik schrijf vaak humor in mijn stukken en dat mis ik dan een beetje. Dan kan het echt een zwaar stuk worden. Ik wil er altijd wel een beetje lucht in hebben, zodat je de zware dingen kan verteren. Dat vind ik zelf ook prettig om naar te kijken.
Zijn er dingen waar je heel erg op let qua taal bij het schrijven?
Ik let heel erg op het ritme. Ik lees alles hardop. Ik heb zelf ook gespeeld en dan voel ik of het klinkt. De tekst is een soort muziek voor mij.
Ga je het eerst hardop doen voor jezelf om te kijken of de tekst lekker bekt?
Ja. Dat hoor ik ook vaak terug. Dat mijn tekst zo lekker bekt en dat het makkelijk leert. Ik kan me ook wel storen als mensen dan hun eigen teksten ervan maken. Dan klopt het ritme niet meer. Hou je nou gewoon zoveel mogelijk aan de tekst. Ik snap ook wel dat je soms een woordje omdraait, maar als iemand gaat parafraseren dan is dat niet de bedoeling. Ik denk best lang na over een soort ritme en over de woorden. Dat je juist dat woord gebruikt en een ander niet.
Vooral amateurverenigingen hebben nog weleens de neiging om te schrappen of om er iets bij te verzinnen. Als het beter wordt, dan vind ik dat prima. Maar soms snap ik niet waarom er iets uitgehaald is. Of erin is gestopt. Dan voegt het niks toe. Maar het is niet zo dat er niks aan mijn tekst verbouwd mag worden hoor. Als een scène niet werkt, dan mag die er best uit van mij.
Wil je dat de uitvoerenden dat met je overleggen?
Nee. Het is een halffabricaat. Het eindproduct is toch altijd de interpretatie van de regisseur. Tenzij het een heel ander stuk wordt. Maar als het overeind blijft dan vind ik het prima.
Zou je een tip hebben voor mensen die willen gaan schrijven?
Heel veel schrijven. In het begin heel kritisch zijn op jezelf zijn, heel veel weggooien. Teksten aan anderen laten lezen. Soms denk je zelf dat iets werkt, maar dan snapt iemand anders je bedoeling niet.
Ik heb altijd anderen mee laten lezen. Mensen waarvan ik wist dat ze er zicht op hadden en dan krijg je hele goede tips. We werken altijd met beroepsregisseurs bij WTG. Die geven vaak heel goede input. Daar heb ik veel aan gehad.
En het is heel veel meters maken. Ik ben jong begonnen. Als ik teruglees wat ik toen schreef was dat echt niet goed. Je moet eerst even een tijdje oefenen en dan eens een keertje iets laten lezen aan iemand. Of je moet een supertalent zijn.
Wanneer is voor jou een stuk geslaagd?
Als het nog niet gespeeld is en ik bij het lezen niet blijf hangen op bepaalde scènes, het ritme klopt en het verhaal boeiend is, dan is het denk ik geslaagd. Als ik het na een paar keer lezen nog steeds leuk vind, dan heb ik ook zin om ermee aan de slag te gaan.
Welk stuk ben je het meest trots op?
Dat is op dit moment ‘Ava Carla’. Niet omdat dat het laatste stuk is, maar ik vind het gewoon heel goed geslaagd. Het is actueel en verrassend. Het werd ook heel goed gespeeld bij ons, vond ik. Dat scheelt natuurlijk ook. En de reacties waren zoals ik gehoopt had. Het publiek zag het verloop niet aankomen. Er werd bij bepaalde scènes heel hard gelachen en af en toe was men ook wel geschokt.
Tenslotte: Je speelt zelf ook. Als je acteert, aan wat voor aanwijzingen heb jij het meest of hebben de meeste indruk op je gemaakt?
Je hebt de tekst die er staat, maar je hebt ook de tekst die er niet staat. Dat vergeten veel spelers. Die lezen alleen de regeltjes, maar die denken er verder niks bij. Als dan een regisseur af en toe, zegt: Waarom zeg je dit?, dan heb ik daar wat aan.
Zo schrijf ik natuurlijk ook: Waarom zegt iemand iets? Dus de gedachte onder de tekst is eigenlijk veel belangrijker. In het dagelijks leven praten mensen maar wat, maar die denken ondertussen iets anders. Dat vind ik interessant. Wat zeggen mensen niet en hoe laat je dat dan zien? Via lichaamstaal? Dat is natuurlijk ook heel belangrijk: Hoe zit iemand op een stoel, of hoe komt hij op.
Contactgegevens
Anemoonstraat 25
2565 DD Den Haag
info@theaterpunt.nl
070 360 29 94
Contact over website of nieuwsbrief
of opmerkingen
over de nieuwsbrief
en de website
kun je hier terecht.
Nieuwsbrief
van nieuwe aanwinsten
in de bibliotheek
of wil je weten wat andere groepen spelen?
Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.
In de schijnwerpers 


